[artikel uit Zeppos 0 - maart 2010] Verenigingsmanagement 1.0 Stand van zaken
Dit is een eerste stand van zaken over verenigingsmanagement in Vlaanderen, gebaseerd op praktijk en onderzoek, waarbij vooral het internet als informatiebron werd gebruikt.
Het verenigingsleven
België/Vlaanderen telt niet alleen heel veel verenigingen, maar die zijn bovendien heel divers (zie het afzonderlijk stukje hierover verder in deze Zeppos). Zowel in omvang, van leden als van staff, maar ook de manier waarop ze opereren is heel verschillend. Dat heeft uiteraard te maken met verschillende factoren, zoals bijvoorbeeld de juridische context waarbinnen bepaalde organisaties moeten werken. Uiteraard ook economische factoren, om het maar niet over de crisis te hebben.
En onze Vlaamse mentaliteit speelt parten. Hoewel veel organisaties zich heel wat moeite getroosten om professioneel te werken, blijft de organisatiegraad bij een aantal steken op het niveau van een noodzakelijke bijkomstigheid. Vrijwilligerswerk, ongestructureerd werken, een gebrek aan focus en visie zijn dan niet zozeer intentionele karakteristieken, maar eerder het logische gevolg van de kleinschaligheid van de sector waarmee organisaties soms te kampen hebben. Een vereniging van 50 leden kan zich geen staff van vier mensen permitteren.
Het professionele kader rond verenigingen
De omkadering van verenigingsmanagement is zo goed als onbestaande. We hebben tot nu toe geen informatie gevonden over specifieke opleidingen van verenigingsprofessionals, noch in het reguliere dagonderwijs, noch via korte of lange aanvullende opleidingen. Een aantal organisaties geven brede opleidingen voor ngo’s, non-profits of zorginstellingen, maar die zijn eerder gericht op de uitvoering van administratieve taken dan op skills die met strategie, communicatie, representatie en belangenbehartiging te maken hebben. Een beroepscompetentieprofiel zoals VPN dat heeft, of een Academie voor Verenigingsmanagement is er niet.
In de praktijk stellen we vast dat heel wat organisaties hun actieve medewerkers halen uit – met alle respect voor hun inzet – gepensioneerde leden of arbeidsactieve leden die de job erbij moeten nemen. Er is trouwens een opvallend verschil met de Nederlandse en Angel- Saksische aanpak, waar de scheiding tussen bestuur dat vooral een strategische aansturende rol heeft en het uitvoerende bureau heilig is. Bij ons gebeurt heel wat uitvoerend werk door de bestuurders zelf. Maar ook hier speelt uiteraard de schaalgrootte een rol.
Los van de interne werking van verenigingen, is het opvallend dat er weinig of geen ‘leveranciers’ van gespecialiseerde diensten zijn. Naast enkele filialen van grote buitenlandse AMC’s (Association Management Companies) die zich in Brussel vooral ten dienste stellen van de vele Europese/internationale verenigingen, zijn er maar enkele bedrijven die zich specifiek op de markt van verenigingsmanagement begeven. Voor wat juridische aspecten met betrekking tot de meest gebruikelijke vorm van verenigingen, nl. de vzw, betreft is er het Vlaams Studie- en Documentatiecentrum voor vzw’s in Wevelgem.
Op het vlak van samenwerking tussen organisaties en/ of de verenigingsprofessionals is er hier en daar informeel overleg, en soms ook wel eens een studiedag georganiseerd wordt zoals de ‘Dag van de beroepsvereniging’ maar een vereniging van professionals zoals VPN, ESAE of ASAE is er bij ons nog niet.
Je zou verwachten dat de overheid mee helpt de communicatie te kanaliseren tussen haar administraties en de verenigingen, maar met uitzondering van de Hoge Raad voor de zelfstandigen en de KMO en enkele andere gevestigde structuren (adviesraden waarin meestal de grote multidisciplinaire organisaties vertegenwoordigd zijn) zijn er weinig aanknopingspunten voor verenigingen te vinden. In de praktijk merk je dat de verenigingen zelf maar hun weg zoeken naar de actoren die ze belangrijk achten.
Internet en verenigingen
Wat kan internet voor verenigingen betekenen ? Het is niet zomaar een stokpaardje, het is het resultaat van ermee bezig te zijn, te zien hoe verenigingen er geen vat op krijgen, er meer van verwachten dan haalbaar is, er zich de haren voor uit het hoofd trekken. En dan hebben we het nog niet over de ‘nieuwe’ dingen zoals social media, maar over zichtbaarheid op het net – het hebben van een website zonder besoignes. En communicatie via internet: hoe krijg je de leden zover dat ze willen inloggen op het ledenextranet om het verslag van de laatste bestuursvergadering te lezen?
Social media – niet op de manier zoals we het kennen van de haat- en fanpagina’s op Facebook – maar waarbij internettechnologie gebruikt wordt om een zinvol sociaal weefsel tussen leden te bouwen of om breaking news te capteren en te verspreiden, of om beroep te doen op de gezamenlijke intelligentie van de leden (zog. crowd-sourcing), dat soort social media vinden we maar amper terug.
En dat is nog niet alles: we moeten het nog hebben over autoritatieve content, intelligente data, het belang van de lokale geografische context, de impact van mobiele technologie enz. Als we kijken wat hierover in de VS leeft, staan er nog opwindende evoluties te wachten voor onze verenigingen.
(Marc Mestdagh)
* * *
[artikel uit Zeppos 0 - maart 2010] We zijn niet alleen!
“Bijna één op tien loontrekkende in ons land is actief in het verenigingsleven.” (Koning Boudewijnstichting)
Op basis van de cijfers van een sectoranalyse door de Koning Boudewijnstichting1 zijn er naar schatting 17.000 verenigingen met bezoldigde tewerkstelling in België, samen goed voor 5% van het BNP en een toegevoegde waarde van bijna 22 miljard euro. Bijna één op tien loontrekkende in ons land is actief in het verenigingsleven (ong. 350.000 werknemers).
We kunnen een zevental groepen ‘verenigingen’ onderscheiden: landbouw en industrie (1,0%), commerciële diensten (11,4%), onderwijs (4,4%), gezondheidszorg (4,1%), maatschappelijke dienstverlening (25,3%), verdediging van rechten, belangen en overtuigingen (37,3%) en cultuur, sport, vrije tijd (16,5%).
Er moet opgemerkt worden dat Gezondheidszorg en Maatschappelijke dienstverlening (waar o.a. heel wat ziekenhuizen onder vallen) samen goed zijn voor 70% toegevoegde waarde. Opvallend is dat de cluster Verdediging van rechten… , zeg maar vakbonden, politiek partijen, beroepsverenigingen en andere belangenverenigingen, voor meer dan 60% beroep doet op private financiering (lidgelden, sponsoring,…) en ongeveer 5.000 mensen zou tewerkstellen.
Maar België huisvest niet alleen Belgische verenigingen. In en rond Brussel zijn er 2000 internationale organisaties actief (goed voor meer dan 10.000 jobs), 15000 lobbyisten en 1000 perscorrespondenten. Ter vergelijking in Parijs zijn er een 800 en in Londen 700 organisaties actief. Gelet op het belang van Europa (getuige daarvan ook nog eens de 160 ambassades en 2500 diplomaten in Brussel), wordt geschat dat 70% van alle Europese ‘business associations’ in Brussel vertegenwoordigd is. Het betreft hier in twee op drie (koepel-) federaties van nationale verenigingen.
De vereniging FAIB2 (Federatie van Europese en Internationale in België gevestigde verenigingen), groepeert een 250-tal internationale en Europese organisaties en opereert uiteraard vanuit Brussel.
(Marc Mestdagh)
* * *
Wat is het verschil tussen een sectororganisatie, een federatie en een beroepsvereniging - What’s in a word ?
We gaan even te rade bij Google (google.be, pagina’s uit België), om de populariteit van de verschillende benamingen te meten (opgezocht 4/10/2010).
- Federatie - 320.000
- Beroepsvereniging - 33.600
- Beroepsorganisatie - 12.700
- Belangenvereniging - 5.320
- Belangenorganisatie - 3.180
- Vakvereniging - 2.600
- Vakorganisatie - 4.550
- Sectorvereniging - 78.400
- Sectororganisatie - 11.000
- Branchevereniging - 31.600
- Brancheorganisatie - 2.200
Hoewel beroepsvereniging de meest gangbare term blijkt te zijn, merken we toch in de praktijk een sterke opkomst van de term sectororganisatie, alsook van sectorvereniging. Hierbij wordt duidelijk aangegeven dat de organisatie zich niet enkel richt tot het beroep op zich, maar te maken heeft met alle mogelijke aspecten binnen een bepaalde sector.
Onze noorderburen hanteren een duidelijk onderscheid: brancheverenigingen richten zich tot bedrijven, beroepsverenigingen tot individuele beoefenaars van een professie. Een federatie of koepel is een verzameling van verenigingen. In België zou dit eerder confederatie genoemd worden.
In België heeft het woord beroepsvereniging een specifiek statuut: in principe mogen enkel organisaties die volgens de wet van 31 maart 1898 opgericht zijn de titel beroepsvereniging dragen. Niettemin zijn er nogal wat ‘gewone’ vzw’s die in hun benaming het woord beroepsvereniging vermelden. (MM)